Baby laten boeren: zo doe je het goed (en wanneer is het nodig?)

Een baby laten boeren doe je door hem na (en soms tijdens) de voeding rechtop te houden en zachtjes op zijn ruggetje te kloppen of te wrijven. Zo help je de ingeslikt lucht omhoog te werken, wat koliek, een opgeblazen buikje en spugen kan verminderen. Het klinkt eenvoudig, maar de juiste houding en techniek maken een groot verschil.

Waarom een baby boeren zo belangrijk is

Tijdens het drinken slikt een baby altijd wat lucht in, of hij nu borstvoeding of flesvoeding krijgt. Die lucht verzamelt zich in de maag en kan pijn veroorzaken. Een boertje is eigenlijk gewoon het ontsnappen van die lucht via de slokdarm. Zonder boertje kan de baby onrustig worden, huilen of de voeding teruggeven.

Niet elke baby heeft evenveel last van ingeslikt lucht. Sommige baby’s boeren vanzelf na de voeding, anderen hebben er meer hulp bij nodig. Flesvoeding geeft over het algemeen iets meer luchtinname dan borstvoeding, maar ook bij borstvoeding is boeren zinvol.

De beste houdingen om je baby te laten boeren

Er zijn drie houdingen die goed werken. Kies wat prettig voelt voor jou én je baby:

  • Rechtop tegen je schouder: Houd je baby met zijn buikje tegen jouw borst, zijn kinnetje over je schouder. Ondersteun zijn billetjes met één hand en klop of wrijf met de andere hand zachtjes op zijn rug. Dit is de meest gebruikte methode.
  • Zittend op je schoot: Zet je baby rechtop op je knie, leun hem licht voorover en ondersteun zijn borst en kinnetje met één hand. Met je andere hand klop je zacht op zijn rug. Deze houding geeft je goed zicht op zijn gezicht.
  • Liggend op je schoot: Leg je baby met zijn buikje op jouw knieën, zijn hoofd iets hoger dan zijn buikje. Klop zachtjes op zijn rug. Handig als de andere houdingen niet werken.

Wrijven over de rug werkt bij veel baby’s net zo goed als kloppen, soms zelfs beter. Varieer gerust om te ontdekken wat bij jouw baby werkt.

Baby laten boeren: hoe lang en hoe hard?

Klop of wrijf met een rustig, regelmatig ritme. Gebruik alleen de kracht van je pols, niet je hele arm. Twee tot vijf minuten is meestal genoeg. Komt er na vijf minuten geen boertje, dan hoeft dat geen probleem te zijn. Niet elke voeding eindigt met een hoorbaar boertje.

Doe het ook halverwege de voeding als je baby onrustig wordt, de fles loslaat of aan de borst begint te trekken. Dat kan een teken zijn dat er al lucht in de maag zit die omhoog wil.

Extra tips voor minder luchtinname

Boeren wordt makkelijker als je baby tijdens de voeding zo weinig mogelijk lucht inslikt. Een paar dingen die daarbij helpen:

  • Goed aanhappen: Zorg dat je baby bij de borst niet alleen de tepel maar ook een groot deel van de borst in zijn mond heeft. Bij de fles: zorg dat de speen volledig in de mond zit en het flesje schuin genoeg houdt zodat de speen gevuld blijft met melk.
  • Houd het flesje recht genoeg: Een te plat flesje trekt lucht mee de speen in. Houd het flesje schuin zodat de speen altijd gevuld is met melk, niet met lucht.
  • Roer, schud niet: Schud je het flesje om de voeding te mengen? Dan ontstaan er veel luchtbelletjes. Roer de voeding in plaats daarvan rustig rond.
  • Anti-koliek speen of fles: Sommige flessen en spenen zijn specifiek ontworpen om minder lucht door te laten. Dat kan helpen als je baby regelmatig veel lucht inslikt.

Tot welke leeftijd moet je een baby laten boeren?

De meeste baby’s hebben hulp bij boeren nodig tot ze ongeveer vier tot zes maanden oud zijn. Daarna kunnen ze zelf beter rechtop zitten en lucht kwijtraken. Je merkt vanzelf dat boeren minder nodig is: je baby wordt minder snel onrustig na de voeding en spugt minder.

Spuugt je baby na het boeren nog veel, of lijkt hij veel pijn te hebben ondanks een goed boertje? Bespreek dat dan met de huisarts of consultatiebureau. Dat kan wijzen op reflux of een andere oorzaak, waarvoor soms extra begeleiding nodig is.

Boeren is in de praktijk een kwestie van uitproberen. Elke baby reageert anders op een houding of techniek. Met een beetje geduld ontdek je snel wat bij jouw kind het beste werkt, en wordt het na een paar weken een vertrouwd onderdeel van elke voeding.