Blog

  • Wanneer leert een baby zitten en hoe verloopt deze mijlpaal?

    Wanneer leert een baby zitten en hoe verloopt deze mijlpaal?

    Wanneer kan baby zitten is een vraag die veel ouders bezig houdt vanaf het moment dat hun kind groeit en de wereld om zich heen ontdekt. Het is een grote stap als een baby uit zichzelf rechtop kan zitten. Dit laat zien dat de spieren sterker worden en dat het lichaam meer in balans komt. Zelfstandig kunnen zitten geeft een kind bovendien meer vrijheid om te spelen en te kijken. Het is een vrolijk moment, maar ook één waarbij goed op de ontwikkeling moet worden gelet.

    De gemiddelde leeftijd waarop een baby leert zitten

    Meestal leert een baby tussen de zes en acht maanden zelfstandig zitten zonder hulp. Dit gebeurt niet van de ene op de andere dag. In de weken ervoor kun je zien dat een baby sterker wordt in de nek en rug. Veel ouders vinden het een bijzonder moment als hun kind rechtop kan blijven zonder ergens tegenaan te leunen. Soms gaat het sneller en kan een baby met vijf maanden al goed zitten. Ook zijn er kinderen die iets meer tijd nodig hebben. Dat is normaal, want elke baby ontwikkelt zich op zijn eigen tempo en manier. Het belangrijkste is dat een baby de kans krijgt om dit rustig te leren.

    De fases in het leren zitten

    Voor baby’s kunnen zitten, oefenen ze allerlei bewegingen. In het begin wordt het hoofd steeds beter recht gehouden, vooral als een baby vaak op de buik ligt. Rond de vier maanden zie je dat een kindje actief zijn hoofd omhoog tilt en om zich heen kijkt. Daarna probeert een baby rechtop te komen als hij op schoot zit of op het kleed speelt. Veel baby’s rollen en draaien zich om van buik naar rug. Deze bewegingen helpen om de juiste spieren sterk te maken. Op een gegeven moment lukt het een baby om zichzelf kort rechtop te houden, soms met wat steun van de armen voor zich. Later verdwijnen de wiebelige bewegingen en blijft een kindje rechtop zitten zonder om te vallen. Als de rugspieren krachtig genoeg zijn, blijft het kind stabiel zitten en kan het met speelgoed spelen of om zich heen kijken.

    Helpen bij het oefenen zonder te forceren

    Het is fijn om als ouder te zien dat je kind beter beweegt en van liggen naar zitten gaat. Toch is het niet goed om een baby te vroeg neer te zetten als hij daar nog niet klaar voor is. De rug en nek moeten voldoende kracht hebben om het eigen gewicht te dragen, anders kan dit klachten geven. Geef je baby dus regelmatig de kans om op de buik te liggen. Dat heet ook wel tummy time. Laat je baby spelen op een kleed of een stevig matras, en moedig hem aan om naar speeltjes te reiken of naar jou toe te rollen. Af en toe een baby kort ondersteunen in een zittende houding, zoals bij het voeden, kan geen kwaad. Laat een kind echter altijd zelf bepalen wanneer het klaar is om echt te gaan zitten. Volg het tempo, want forceren zorgt niet voor een snellere ontwikkeling, maar maakt het juist lastiger.

    Veiligheid tijdens de zittende fase

    Zodra een kind rechtop zit, wil het vaak alles vasthouden, kijken en voelen. De omgeving kan ineens groter en spannender lijken vanuit deze nieuwe positie. Zorg daarom dat het zitten veilig gebeurt. Leg bijvoorbeeld een dik speelkleed of kussen om je baby heen in geval van omvallen. Zet geen harde of scherpe spullen in de buurt zodat een val geen pijn doet. In deze periode is het verstandig om stoelen, banken en tafels uit het klimgedrag in de gaten te houden, want een ontdekkende baby is vaak sneller dan je denkt. Zet je baby niet te lang in kinderstoeltjes of wipstoeltjes, want hierin leert hij niet om zelf rechtop te blijven. Kort dus op, blijf erbij en laat een kind lekker oefenen.

    Wanneer hulp of advies nodig is

    De meeste baby’s leren uit zichzelf te zitten als de tijd daar is. Soms lukt het een baby na acht tot tien maanden nog niet om stabiel te zitten. Dat hoeft niet meteen reden tot zorgen te zijn. Houd de ontwikkeling in de gaten en kijk of je baby zijn spieren normaal gebruikt bij rollen, buigen of dingen pakken. Heeft je kind weinig kracht in de rug, is hij erg slap of beweegt hij erg weinig, bespreek dit dan met het consultatiebureau of de huisarts. Zij kunnen bekijken of extra oefening of controle nodig is. Vaak volgt ontwikkeling vanzelf, maar het is fijn om op tijd te weten of er extra hulp nodig is.

    Meest gestelde vragen over wanneer een baby kan zitten

    • Wat zijn de eerste tekenen dat een baby bijna kan zitten? Als een baby zijn hoofd goed recht kan houden, graag om zich heen kijkt en zichzelf omhoog duwt als hij op de buik ligt, zijn dit vroege tekenen dat zitten dichtbij komt.
    • Is het slecht om een baby rechtop te zetten voordat hij dat zelf doet? Het is niet goed om een baby vroegtijdig rechtop te zetten, omdat de spieren in de rug en nek nog niet sterk genoeg zijn om het eigen lichaam goed te ondersteunen. Dit kan klachten geven.
    • Wanneer moet ik me zorgen maken als mijn baby nog niet kan zitten? Als je baby na tien maanden nog niet stabiel kan zitten, of als je merkt dat je baby weinig kracht heeft in de spieren, is het slim om advies te vragen bij het consultatiebureau of je huisarts.
    • Helpt een babyzitje bij het leren zitten? Een babyzitje mag je kort gebruiken voor het spelen, maar het helpt niet echt bij het leren zitten. Zelf oefenen op een speelkleed is beter voor de spierkracht en balans.
    • Hoe lang per dag mag mijn baby zitten als hij net kan zitten? Je baby hoeft niet lang achter elkaar te zitten als hij net zit. Korte momenten zijn genoeg en tussendoor kan je baby weer lekker liggen en rollen om de spieren af te wisselen.
  • Wanneer moet je met je baby met koorts naar de dokter?

    Wanneer moet je met je baby met koorts naar de dokter?

    Wat is koorts bij een baby?

    De temperatuur van een baby schommelt gemakkelijk en kan snel oplopen. We spreken van koorts als het lichaam van je baby warmer is dan 38 graden Celsius. Vaak is koorts een reactie op een infectie, zoals een verkoudheid of griep. Het lichaam probeert zo de ziekteverwekkers te bestrijden. Koorts op zichzelf is meestal niet gevaarlijk. Bij jonge baby’s kan het wel sneller gevolgen hebben dan bij oudere kinderen.

    Wanneer moet je de dokter bellen bij koorts?

    Er zijn duidelijke regels wanneer je direct contact op moet nemen met de huisarts. Is je baby jonger dan drie maanden en heeft hij of zij koorts? Bel dan altijd meteen de dokter. Het immuunsysteem van een jonge baby is nog niet helemaal ontwikkeld. Koorts kan dan snel ernstige gevolgen hebben. Bel ook als je baby koorts heeft en een hartafwijking, longziekte of diabetes. Daarnaast moet je altijd contact zoeken met de dokter als je baby suf of slap is, moeilijk wakker wordt, niet of slecht drinkt, aanhoudend blijft huilen, veel moet overgeven of last krijgt van benauwdheid. Vertrouw op je gevoel. Denk je dat er iets niet goed is? Dan mag je altijd zorg inschakelen.

    Signaleren van gevaarlijke situaties bij koorts

    Af en toe koorts is niet meteen reden tot zorgen, maar sommige signalen betekenen dat je snel in actie moet komen.

    Reageert je baby niet normaal, stopt hij met spelen, lachen of het maken van oogcontact? Dan is opletten belangrijk.

    Andere signalen waar je op moet letten bij koorts zijn:

    • snelle ademhaling of kreunende ademhaling
    • blauwe lippen
    • bleek of vlekkerig worden
    • stuipen
    • geen natte luiers

    Heeft je baby hoge koorts die langer dan drie dagen aanhoudt, of vertrouw je het niet? Neem dan altijd contact op met een arts. Het is beter om een keer te veel te bellen dan te laat te zijn.

    Wat kun je zelf doen bij een zieke baby?

    In veel gevallen kun je je baby thuis verzorgen. Zorg dat je kindje rustig blijft, voldoende drinkt en niet uitdroogt. Kleed hem of haar niet te warm aan en zorg voor frisse lucht. Koorts is niet leuk, maar het is een teken dat het lichaam aan het werk is. Laat je kindje uitzieken en houd goed in de gaten of de situatie verandert. Meet regelmatig de temperatuur en schrijf veranderingen op. Als je baby weigert te drinken, zieker wordt, of je merkt dat de koorts snel oploopt, neem contact op met de huisarts. Beter om het even te laten nakijken.

    Wanneer is medische hulp niet direct nodig?

    Bij oudere baby’s (ouder dan drie maanden) en milde koorts kun je meestal afwachten. Zolang je kindje waakzaam is, goed drinkt en plast, en geen ernstige klachten heeft, hoef je niet direct te bellen. Let wel op veranderingen in het gedrag of uiterlijk van je baby. Is je kindje al eens vaker ziek geweest met koorts en herken je het patroon? Dan weet je dat rust en drinken vaak het beste zijn. Komt de koorts plotseling terug, of zie je verergering van klachten? Dan is het altijd goed om het zekere voor het onzekere te nemen.

    Veelgestelde vragen over baby koorts wanneer dokter

    Wanneer is koorts gevaarlijk bij een baby?

    Koorts is gevaarlijk bij een baby als hij of zij jonger is dan drie maanden, niet goed drinkt, suf wordt, of niet reageert zoals normaal. Dit zijn tekenen dat er meer aan de hand kan zijn.

    Wat moet ik doen als mijn baby niet drinkt bij koorts?

    Als je baby niet goed wil drinken bij koorts, let dan op uitdroging. Merk je dat je baby veel minder plast of erg slap is? Neem dan contact op met de huisarts.

    Hoe meet ik de temperatuur het beste bij een baby?

    De temperatuur meet je het beste met een digitale thermometer in het poepgaatje. Dit geeft de meest betrouwbare waarde.

    Hoe snel moet ik naar de dokter als mijn jonge baby koorts krijgt?

    Als je baby jonger is dan drie maanden en koorts heeft, bel dan direct de dokter. Het afweersysteem van jonge baby’s is nog niet sterk.

    Hoelang mag een baby koorts hebben zonder naar de dokter te gaan?

    Een baby mag drie dagen milde koorts hebben als hij verder goed drinkt en niet zieker wordt. Blijft de koorts langer of merk je verergering? Raadpleeg dan altijd de huisarts.

  • Zo veel slaap heeft een baby nodig in het eerste jaar

    Zo veel slaap heeft een baby nodig in het eerste jaar

    Hoeveel slaapt een baby eigenlijk per dag? Slaap is voor kleine kinderen erg belangrijk. Vooral in de eerste maanden zijn babies veel uren in dromenland te vinden. Toch wisselt de hoeveelheid slaap per kind en per leeftijd. Elk kind slaapt anders en groeit op zijn eigen manier, maar er zijn duidelijke gemiddelden en vaste patronen te herkennen. In deze blog lees je hoeveel slaap je bij een baby kunt verwachten en wanneer het slaapritme verandert.

    De eerste weken: slapen en voeden wisselen elkaar af

    In de eerste weken na de geboorte slaapt een baby het grootste deel van de dag. Sommige pasgeborenen slapen wel 16 tot 20 uur per etmaal. Ze worden steeds wakker voor een voedmoment, een schone luier of een knuffel. Meestal duren deze wakkere periodes maar kort: na een half uur tot een uur is een kindje alweer moe. De slaap is verdeeld over korte stukjes, verspreid over dag en nacht. Je kindje moet nog wennen aan het leven buiten de buik, en heeft tijd nodig om zijn draai te vinden. Pasgeborenen laten nog geen verschil zien tussen dag en nacht. Daarom kun je vooral in deze tijd van gebroken nachten spreken.

    Patroon van slaap verandert vanaf twee maanden

    Rond twee tot drie maanden verandert het slapen bij veel baby’s. Het aantal uren dag- en nachtslaap wordt langzaam minder, maar je baby slaapt nog steeds vaak tussen de 14 en 18 uur per 24 uur. Op deze leeftijd zijn de slaapjes meestal iets langer en de wakkere periodes ook. Tussen het slapen door blijft voeden belangrijk. Veel kinderen kunnen nu soms een klein blokje achter elkaar slapen in de nacht. Dat betekent dat sommige baby’s ineens vijf uur aan één stuk kunnen doorslapen, terwijl anderen nog vaak wakker worden om te drinken of te huilen. Niet iedere baby is op dezelfde leeftijd toe aan een vast ritme, dat is helemaal normaal.

    Slaap van baby’s tussen drie en zes maanden

    Tussen de drie en zes maanden zie je dat baby’s minder vaak wakker worden in de nacht. Het totaal aan slaaptijd daalt naar ongeveer 12 tot 16 uur per dag. Sommige baby’s slapen nu langere stukken achter elkaar: bijvoorbeeld zes tot acht uur in de nacht zonder onderbreking. Dit heet doorslapen. Maar lang niet elk kind is zover: velen worden wel een paar keer per nacht wakker om te eten of om even gerustgesteld te worden. Overdag zijn baby’s vaak na één tot twee uur wakker zijn alweer moe en toe aan een dutje. Vaak slapen ze nog twee tot drie keer overdag, wat bij sommige kinderen langzaam minder wordt.

    Na zes maanden ontstaat een duidelijk ritme

    Vanaf zes maanden herkennen steeds meer baby’s het verschil tussen dag en nacht. Meestal nemen nu twee tot drie dutjes voldoende rust overdag. De meeste baby’s slapen op deze leeftijd zo’n 12 tot 15 uur in totaal. Aan het eind van het eerste jaar ontstaat er meestal een vast patroon: een of twee slaapjes overdag en een langere slaapperiode in de nacht. Elk kind groeit toe naar zijn eigen ritme, en slaap blijft belangrijk voor de groei en ontwikkeling. Sommige kinderen blijven langere tijd wakker worden in de nacht. Dit hoort bij het wennen aan een nieuw ritme en gaat vaak vanzelf weer over.

    Wanneer maak je je zorgen als je baby weinig of veel slaapt?

    Alle baby’s zijn verschillend. Soms slaapt het ene kind veel meer of juist minder dan het gemiddelde. Schrik daar niet direct van. Kijk vooral of een baby zich goed ontwikkelt: drinkt hij goed, groeit hij genoeg en is hij hij meestal tevreden tussen de slaapjes door? Dan krijgt je kindje meestal voldoende slaap. Natuurlijk zijn er altijd nachten waarop alles anders loopt, bijvoorbeeld bij ziekte, doorkomende tandjes of een verandering thuis. Neem bij veel onrust, weinig slaap of grote zorgen altijd contact op met het consultatiebureau of je huisarts. Samen kijken jullie dan of er misschien iets aan de hand is.

    Meest gestelde vragen over slaap bij een baby

    Hoe merk ik dat mijn baby moe is?
    Je merkt dat een baby moe is als hij begint te gapen, in zijn ogen wrijft, jengelt of minder interesse toont in de omgeving. Veel kinderen worden wat onrustig of huilerig als ze echt moe worden.

    Wat kan ik doen als mijn baby ‘s nachts vaak wakker wordt?
    Als een baby ‘s nachts vaak wakker wordt, probeer je overdag rust en een vast slaapritme aan te houden. Houd de kamer donker en rustig tijdens de nacht en maak het overdag licht. Zo leert je baby het verschil tussen dag en nacht.

    Wanneer slaapt een baby vaak voor het eerst een hele nacht door?
    Veel baby’s slapen rond de leeftijd van zes maanden soms al langere tijd achter elkaar. Maar niet iedere baby slaapt dan al een hele nacht door. Bij sommige kinderen duurt het tot één jaar of zelfs langer totdat ze hele nachten slapen.

    Is het normaal als mijn baby minder of juist meer slaapt dan het gemiddelde?
    Het is normaal dat er verschil is in de hoeveelheid slaap per kind. Zolang je baby zich goed ontwikkelt, voldoende drinkt en groeit, hoef je je meestal geen zorgen te maken.

    Hoeveel slaapt een baby overdag als hij bijna één jaar is?
    Een baby van bijna één jaar slaapt meestal nog 1 of 2 keer overdag. Dat is samen ongeveer 2 tot 3 uur verdeeld over de dag.

  • De juiste schoenmaat voor je baby kiezen

    De juiste schoenmaat voor je baby kiezen

    Welke maat schoenen baby nodig heeft, hangt af van de lengte en groei van de voetjes. Het bepalen van de goede maat is belangrijk voor het comfort en de gezonde ontwikkeling van een kind. Te kleine of te grote schoenen kunnen namelijk ongemak veroorzaken. Met handige tabellen en wat eenvoudige tips kun je gemakkelijk de juiste maat kiezen voor je baby.

    Het meten van babyvoetjes geeft antwoord

    Een goede start is om eerst de voetjes van je baby te meten. Babyvoeten groeien in de eerste jaren snel. Je meet de lengte van de voet vanaf de hiel tot de langste teen. Veel ouders leggen het voetje plat op een stuk papier, trekken een lijntje bij de achterkant van de hiel en bij het topje van de grote teen, en meten dan de afstand tussen de lijnen. Bij het kiezen van een schoenmaat voor baby’s telt een beetje extra ruimte mee. Reken er ongeveer een halve tot één centimeter bij, zodat de teentjes vrij kunnen bewegen. Meet altijd beide voetjes. Kies de maat schoenen baby uit op de grootste voet, want voeten zijn niet altijd precies even lang.

    Maat tabellen helpen bij een snelle keuze

    Er bestaan handige maattabellen voor babyschoenen. In zulke overzichten kun je de lengte van het voetje opzoeken en direct zien welke maat erbij hoort. Zo staat bijvoorbeeld bij een voetlengte van ongeveer 10,7 tot 11,3 centimeter vaak maat 18 in de tabel. Is het voetje 12,0 tot 12,7 centimeter, dan kan maat 20 goed passen. Deze tabellen vind je op veel plekken online bij winkels voor kinderkleding of schoenen. Let er op dat de maat soms in centimeters of in Europese schoenmaten wordt aangegeven. Zo weet je zeker dat je niet misgrijpt en een goede maat bestelt of koopt.

    Wanneer heeft een baby schoenen nodig?

    In de eerste maanden hoeft een baby nog geen echte schoenen. Zachte sokjes of slofjes zijn genoeg om de voeten warm te houden. Pas als je kind begint met kruipen of staan, kan het handig zijn om flexibele babyschoenen aan te trekken. Die beschermen de voeten tegen kou en vuil. Bij de eerste stapjes zijn zachte, soepele schoentjes die goed om de voet sluiten het beste. Babyschoenen horen niet strak te zitten, maar mogen ook niet makkelijk los raken. Schoenen voor de allerkleinsten zijn bedoeld als bescherming, niet om echt op te lopen. Pas als je kindje veel zelf loopt, bijvoorbeeld vanaf een jaar, zijn stevigere schoenen belangrijker.

    Hoe merk je dat de schoenen passen?

    Het passen van schoenen bij een baby is soms even zoeken. Kijk of er ruimte boven de tenen zit, zodat je een pink tussen de grote teen en het uiteinde kunt stoppen of er ongeveer een halve tot hele centimeter ruimte over is. De hiel mag niet omhoogschuiven als je zachtjes aan het schoentje trekt. Voetjes zweten snel, kies daarom voor ademend materiaal, zoals leer of katoen. Voel regelmatig even in het schoentje, want voetjes groeien soms plotseling. Merken of ontwerpen kunnen nogal verschillen in breedte en lengte. Wissel daarom af en toe van pasvorm en pas de schoenen opnieuw als je merkt dat tenen in de knel zitten. Door te letten op kleine kleurtjes, drukkende plekken of blote tenen bij een groei spurt zie je of ze aan nieuwe schoenen toe zijn.

    Let op: schoenen en ontwikkeling

    De juiste maat schoenen baby is ook belangrijk voor de groei van hun voetjes. Sluitende, te kleine schoenen kunnen de ontwikkeling van het voetboogje en de stand van het been beïnvloeden. Ruime schoenen geven steun, maar mogen niet zo los zitten dat je baby er makkelijk uit glijdt. Goede babyschoenen volgen de beweging van het voetje zonder te knellen. Laat je kindje thuis vaak op blote voeten lopen, als de vloer schoon en veilig is. Dit helpt de spieren in de voet sterker te maken en de balans te oefenen. Voor buiten of op koude ondergrond zijn passende, flexibele babyschoenen het prettigst.

    Veelgestelde vragen over welke maat schoenen baby

    • Hoe vaak moet ik de voeten van mijn baby meten?
      Voeten van een baby groeien snel. Meet elke twee tot drie maanden de voeten van je baby opnieuw om de maat goed te blijven volgen.
    • Waar kan ik maattabellen voor baby schoenen vinden?
      Maattabellen voor baby schoenen staan vaak op websites van babywinkels, schoenenwinkels en in folders van kinderkledingwinkels.
    • Kan ik schoenen op de groei kopen?
      Schoenen op de groei kopen voor een baby is niet handig. Schoenen mogen niet te groot zijn, anders gaat je baby er moeilijk in lopen of struikelt hij sneller.
    • Wat doe ik als mijn baby tussen twee schoenmaten in zit?
      Zit je baby tussen twee schoenmaten in, kies dan voor de grootste maat. Zo voorkom je dat de schoen te snel te klein wordt.
    • Wanneer zijn echte schoenen nodig en niet meer alleen slofjes of sokjes?
      Echte schoenen zijn pas nodig als je kindje begint te staan en lopen. Tot die tijd zijn zachte slofjes of sokjes voldoende, behalve bij koud weer of buiten.
  • Wanneer komen de eerste tandjes bij je baby door?

    Wanneer komen de eerste tandjes bij je baby door?

    Het begin van het doorkomen van de tandjes

    Bij de meeste kinderen verschijnen de eerste tandjes tussen de 4 en 7 maanden. Vaak is dit onderin het mondje, waar de onderste snijtanden zitten. Toch zijn er ook baby’s bij wie het eerste tandje al met vier maanden zichtbaar is, of juist pas na hun eerste verjaardag. Het is dus heel normaal als jouw kind iets afwijkt van het gemiddelde. Het belangrijkste om te onthouden is dat elke baby zijn eigen tempo heeft. Als ouder kun je letten op signalen zoals veel op dingen willen kauwen, meer kwijlen dan normaal en soms wat huilerig gedrag. Soms kun je het tandje al een beetje voelen onder het tandvlees, nog voor je het daadwerkelijk ziet.

    Het verloop van het melkgebit

    Na de eerste tandjes komen langzaam ook andere tandjes en kiezen tevoorschijn. Vaak komen eerst de twee onderste snijtanden door. Daarna volgen de twee bovenste snijtanden. Vervolgens zijn de andere snijtanden, hoektanden en kiezen aan de beurt. Dit hele proces kan wel tot het derde levensjaar duren. De meeste kinderen hebben als ze ongeveer drie jaar oud zijn een compleet melkgebit van twintig tanden en kiezen. De volgorde waarin de tandjes doorkomen, kan soms wat verschillen. Maar meestal zie je eerst de snijtanden, gevolgd door de eerste kiezen, daarna de hoektanden, en tot slot de achterste kiezen. Soms lijkt het alsof een tandje niet wil doorkomen, maar na wat geduld verschijnt het vaak vanzelf.

    Hoe herken je het doorkomen van tandjes?

    Het krijgen van tandjes kan je baby rusteloos maken. Sommige kinderen slapen slechter of hebben wat meer behoefte aan troost. Veel voorkomende tekenen zijn rood of gezwollen tandvlees, meer kwijlen, en willen sabbelen of bijten op speelgoed en vingers. Bij enkele baby’s ontstaat zelfs een lichte verhoging of dunne ontlasting. Toch hoeft niet elk kind alle signalen te laten zien. Sommige baby’s krijgen hun eerste tandjes zonder dat je het merkt. Andere kinderen worden juist hangerig, hebben meer huilbuien of zijn minder vrolijk. Het kan dus verschillen per kind. Een bijtring kan helpen als je baby graag ergens op wil kauwen, dit verlicht de druk op het tandvlees. Houd altijd goed in de gaten dat het tandvlees niet ontstoken raakt. Meestal verdwijnen de klachten weer als het tandje eenmaal door is.

    Verzorgen van de eerste tandjes

    Als het eerste tandje in beeld komt, is het tijd om te beginnen met poetsen. Gebruik een zachte babytandenborstel en tandpasta speciaal voor jonge kinderen. Je hoeft in het begin alleen maar zachtjes te poetsen, één keer per dag. Zodra je baby twee tanden heeft die tegen elkaar staan, is het verstandig om twee keer per dag te poetsen. Goede verzorging helpt om gaatjes te voorkomen. Geef je baby bij voorkeur geen zoete drankjes of suikerrijke tussendoortjes. Water en melk zijn de beste keuzes. Poets samen met je kindje en maak er een rustig moment van. Zo leert je baby van jongs af aan dat tanden poetsen erbij hoort. Ook als je kindje tandjes aan het krijgen is en pijn heeft, is het toch belangrijk om te blijven poetsen. Het voorkomt problemen op latere leeftijd.

    • Gebruik een zachte babytandenborstel en tandpasta speciaal voor jonge kinderen.
    • In het begin zachtjes poetsen, één keer per dag.
    • Zodra twee tanden tegen elkaar staan, twee keer per dag poetsen.
    • Geef je baby bij voorkeur geen zoete drankjes of suikerrijke tussendoortjes.
    • Water en melk zijn de beste keuzes.
    • Poets samen met je kindje en maak er een rustig moment van.
    • Ook als je kindje tandjes aan het krijgen is en pijn heeft, is het toch belangrijk om te blijven poetsen. Het voorkomt problemen op latere leeftijd.

    Handige tips voor ouders en verzorgers

    • Zorg voor voldoende speentjes en bijtringen.
    • Een schone, gekoelde bijtring kan prettig aanvoelen tegen het pijnlijke tandvlees.
    • Veeg extra kwijl regelmatig weg om uitslag op de kin te voorkomen.
    • Je kunt eventueel het tandvlees zachtjes masseren met een schone vinger.
    • Bij veel ongemak overleg je met het consultatiebureau of de huisarts voor advies.
    • Wees geduldig, want deze periode gaat vanzelf weer voorbij, ook al lijkt het soms zwaar.
    • Blijf samen knuffelen en probeer afleiding te zoeken, zoals voorlezen of wandelen.
    • Veel baby’s voelen zich daarna snel weer beter.

    Meest gestelde vragen over tandjes baby wanneer

    • Wanneer moet ik naar de tandarts met mijn baby zodra er tandjes zijn?

      Het is slim om te gaan zodra het eerste tandje door is of als je kindje ongeveer één jaar is. Zo kan de tandarts meekijken of alles goed groeit en je tips geven voor verzorging.

    • Kunnen baby’s koorts krijgen door het krijgen van tandjes?

      Meestal krijgen baby’s geen echte koorts door doorkomende tanden. Een lichte verhoging komt soms voor, maar bij hoge of aanhoudende koorts is het goed om een arts te raadplegen.

    • Hoe lang duurt het voordat alle tandjes doorkomen bij kinderen?

      Het melkgebit is meestal compleet als je kind drie jaar oud is. Het hele proces van tandjes krijgen kan dus wel twee jaar duren.

    • Helpt een bijtring echt tegen pijn bij doorkomende tanden?

      Een bijtring kan zeker helpen. Het drukken en bijten op de bijtring zorgt voor verlichting van de pijn die het doorkomen van de tanden veroorzaakt.

    • Wat als de eerste tandjes pas laat komen?

      Sommige kinderen krijgen pas rond hun eerste verjaardag hun eerste tandje. Dit is normaal. Als je je zorgen maakt of als er op tweejarige leeftijd nog geen tandjes te zien zijn, overleg dan met het consultatiebureau of de tandarts.

  • Zo lang mag je baby in de Maxi-Cosi zitten

    Zo lang mag je baby in de Maxi-Cosi zitten

    Het belang van korte periodes in de autostoel

    Een autostoel zoals de Maxi-Cosi beschermt je baby tijdens het rijden. Toch is het niet de bedoeling dat je kind er te lang in blijft zitten. Deskundigen raden aan één uur achter elkaar in de Maxi-Cosi te laten zitten.

    Het lichaam van een baby is nog kwetsbaar. Door de zittende houding in de autostoel kan je baby last krijgen van de rug, nek en ademhaling als het te lang in dezelfde positie blijft. Ook kan langdurig zitten zorgen voor een afgeplatte schedel bij jonge baby’s.

    Pauzes nemen tijdens lange ritten

    Ga je op reis en verwacht je lang in de auto te zitten met je baby? Dan is het goed om regelmatig te stoppen. Na elk uur rijden haal je je baby even uit het stoeltje. Een minimaal 15 minuten pauze helpt om je kind te laten ontspannen en bewegen. Geef de baby wat tijd om te liggen of te kruipen, afhankelijk van de leeftijd. Dit verkleint de kans op klachten zoals een stijve rug of moeilijk ademhalen. Ook kun je de luiers verschonen en wat drinken geven. Zo wordt een langere autorit toch veiliger en prettiger voor je kind.

    Schadelijke effecten van lang stilzitten

    Niet alleen het comfort speelt een rol bij de vraag hoe lang een baby in een Maxi-Cosi mag. Voor een jonge baby die zijn spieren en botten nog ontwikkelt, is afwisseling heel belangrijk. Door te lang stilzitten kan de bloedcirculatie minder goed gaan, wat niet gezond is voor kleine kinderen. Ook kan de kans op zuurstoftekort toenemen bij een verkeerde houding. Het is daarom echt aan te raden het advies van maximaal één uur in een autostoeltje aan te houden, zelfs bij rustige baby’s die makkelijk slapen in de auto.

    Veilig vervoer buiten de auto

    Veel ouders gebruiken de Maxi-Cosi niet alleen in de auto, maar ook voor korte stukjes lopen of tijdens het winkelen. Toch blijft ook dan het advies om je baby niet langer dan nodig in het stoeltje te laten. Heeft je baby lekker geslapen onderweg? Leg hem of haar dan over naar een kinderwagen of op een zacht kleed als je even stilstaat. Zo kan je kindje languit bewegen en ontspannen. Wisselen tussen verschillende houdingen is altijd het best voor de jonge rug en spieren.

    Veelgestelde vragen over hoe lang baby in maxi cosi

    Moet ik de baby elke keer wakker maken voor een pauze tijdens een autorit?

    Het is beter om je baby na langer dan één uur rijden uit het autostoeltje te halen, ook als je kindje slaapt. Dit helpt om rug en nek klachten te voorkomen.

    Wat is het verschil tussen een Maxi-Cosi en een gewone autostoel?

    Een Maxi-Cosi is een draagbaar autostoeltje speciaal voor jonge baby’s, vaak gebruikt tot ze ongeveer een jaar oud zijn. Andere autostoelen zijn meestal voor grotere kinderen.

    Kan een baby in de Maxi-Cosi slapen als we boodschappen doen?

    Voor korte tijd kan een baby slapen in de Maxi-Cosi, bijvoorbeeld tijdens een rit naar de winkel. Laat je kindje niet te lang in dezelfde houding liggen, haal het bij aankomst liever uit het stoeltje.

    Is het gevaarlijk als mijn baby langere tijd in de Maxi-Cosi heeft gezeten?

    Een keer wat langer in de Maxi-Cosi zal niet meteen kwaad kunnen. Probeer bij volgende ritten altijd voldoende pauzes te nemen en de tijd in de autostoel te beperken.

    Waarom mag een baby niet te lang in een autostoeltje zitten?

    Langdurig in dezelfde houding zitten kan zorgen voor een afgeplatte schedel, problemen met de ademhaling en overbelasting van rug en nek. Het is daarom belangrijk niet langer dan aaneengesloten één uur de baby in het stoeltje te laten.

  • De eerste stapjes: alles over wanneer een baby loopt

    De eerste stapjes: alles over wanneer een baby loopt

    De mijlpaal van lopen bij baby’s

    Wanneer loopt een baby? Dit is één van de spannendste mijlpalen voor ouders. Opeens staat je kind rechtop in de box, aan de tafel of op de vloer. De eerste stapjes komen vaak tussen de 9 en 18 maanden. Meestal zet een baby rond de eenjarige leeftijd zijn voeten zelfstandig op de grond. Dit kan per kind erg verschillen. Sommige kinderen lopen als ze 9 maanden oud zijn, anderen pas als ze 16 of zelfs 18 maanden zijn. Beide is normaal. De eerste stappen laten zien dat de spieren en het evenwicht genoeg zijn ontwikkeld. Het gaat niet om eerder of later, maar om het eigen tempo van jouw kind.

    De weg naar zelf lopen stap voor stap

    Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier. Lopen is een stap die niet zomaar ineens gebeurt. Voordat een baby rechtop probeert te wandelen, oefent hij of zij maandenlang spierkracht en balans. Vaak begint het met draaien, rollen en later kruipen. Daarna trekt een baby zich op aan meubels. Zo worden de beenspieren sterker en leert het kind evenwicht bewaren. Veel baby’s lopen eerst langs de tafel of bank terwijl ze zich vasthouden. Daarna volgt losstaan zonder steun. De eerste zelfstandige stapjes zijn spannend en kunnen iedere dag komen. Soms laat een kind zijn handen los en wankelt zo naar mama of papa toe. Veel kinderen vallen en staan weer op. Oefenen hoort bij leren lopen.

    Verschillen tussen baby’s zijn normaal

    Niet elk kind volgt hetzelfde patroon. Sommigen slaan het kruipen over, anderen zijn eerst voorzichtig en dan ineens snel met lopen. Er zijn ook peuters die nog even wachten met staan. Vaak zoeken ouders naar de vraag wanneer lopen baby’s, maar een vast moment bestaat niet. Ieder kind bepaalt zelf wanneer het zover is. Factoren als spierkracht, lengte en aanleg kunnen een rol spelen. Ook het karakter van een kind is belangrijk. Sommige baby’s zijn nieuwsgierig en proberen graag iets nieuws. Andere kinderen zijn afwachtend en willen eerst zeker weten dat ze goed hun evenwicht kunnen houden. Vertrouwen en ruimte geven helpt om je kind zelf te laten ontdekken wanneer hij toe is aan de eerste stapjes.

    Tips om je baby te ondersteunen bij leren lopen

    • Ouders kunnen het zelfvertrouwen van hun kind vergroten zonder te dwingen.
    • Geef je baby veel vrijheid om te bewegen.
    • Leg speeltjes iets verder weg, zodat je kind ernaartoe wil kruipen of lopen.
    • Moedig aan, klap en lach wanneer je kind stappen zet, hoe klein ook.
    • Maak de omgeving veilig, bijvoorbeeld door scherpe hoeken af te dekken en gladde vloeren te vermijden.
    • Zorg voor blote voeten of sokken met antislip, zodat je kind niet uitglijdt.
    • Til je baby niet bij de armen omhoog, maar ondersteun bij de romp als er hulp nodig is.
    • Forceer niets en wacht rustig tot je kind uit zichzelf nieuwsgierig wordt naar lopen.
    • Zo krijgt je kind vertrouwen in wat hij of zij kan.

    Wanneer hulp zoeken bij laat lopen

    Meestal is er geen reden tot zorg als een baby pas na het eerste jaar begint te lopen. Lopen tussen de 12 en 18 maanden komt veel voor. Twijfel je of je kind zich goed ontwikkelt? Heb je het idee dat je baby geen enkel initiatief toont om te staan of te kruipen, ook rond de 18 maanden nog niet? Bespreek dit dan met het consultatiebureau of de huisarts. Soms kan fysiotherapie of een andere begeleiding helpen, maar meestal groeit een kind onder begeleiding vanzelf mee met leeftijdsgenoten. Vertrouwen, tijd en oefenen zijn vaak de beste hulp.

    Meest gestelde vragen over wanneer loopt een baby

    • Met hoeveel maanden zetten de meeste baby’s hun eerste stapjes? De meeste baby’s lopen voor het eerst tussen de 9 en 18 maanden. Rond de eerste verjaardag zetten veel kinderen hun eerste stap.
    • Is het erg als mijn kind later loopt dan andere kinderen? Het is niet erg als een baby later loopt dan leeftijdsgenootjes. Ieder kind ontwikkelt zich in een eigen tempo en dit kan verschillende maanden schelen.
    • Moet mijn baby eerst kruipen voordat hij leert lopen? Een baby hoeft niet per se te kruipen voordat hij gaat lopen. Sommige kinderen slaan het kruipen over en beginnen direct met optrekken en lopen.
    • Wanneer moet ik me zorgen maken over de motorische ontwikkeling? Zorgen zijn pas nodig als een baby rond de 18 maanden nog helemaal niet probeert te staan of te lopen. Overleg dan met het consultatiebureau of de huisarts.
    • Helpen babywalkers of loopstoeltjes bij het leren lopen? Babywalkers of loopstoeltjes worden afgeraden. Ze kunnen zelfs gevaarlijk zijn en vertragen soms de ontwikkeling van het lopen. Vrij bewegen op de grond is het beste voor de ontwikkeling.
  • Veilig en ontspannen met je baby aan tafel: het juiste moment voor de kinderstoel

    Veilig en ontspannen met je baby aan tafel: het juiste moment voor de kinderstoel

    Ontwikkeling van de rug en nek is de basis

    De meeste baby’s zijn klaar voor hun eerste keer in een kinderstoel als ze ongeveer zes maanden oud zijn. In deze periode krijgen ze meer controle over hun nek en rug. Voor die tijd is de kans groot dat een baby nog niet stevig rechtop kan blijven zitten. Het is belangrijk dat je baby zelfstandig rechtop kan zitten zonder om te vallen. Als je baby uit zichzelf van de buik naar zittend kan komen, weet je zeker dat de spieren sterk genoeg zijn. Pas dan is het lichaam toe aan de dag waarin een kinderstoel een fijne plek wordt aan tafel.

    Eerste kennismaking met hapjes aan tafel

    Vlak rond de zesde maand beginnen veel baby’s met de eerste oefenhapjes zoals groente en fruit. Een kinderstoel wordt vaak gebruikt bij deze eerste maaltijden. Toch schiet een baby soms nog wat onderuit in de stoel of heeft steun nodig. Zet je kindje alleen in de kinderstoel als het met rechte rug en hoofd kan blijven zitten. Sommige baby’s zijn wat sneller, terwijl andere kinderen er wat langer over doen. Kijk dus altijd goed hoe jouw kindje blijft zitten, ook als hij of zij zes maanden is. Steuntjes zoals een kussentje kunnen kort gebruikt worden, maar de stoel moet niet benut worden als de baby nog niet voldoende kracht heeft in rug en nek.

    Verschillen per baby en het belang van veiligheid

    Niet elke baby volgt een vast schema. Sommige kinderen kunnen met vijf maanden zelfstandig zitten, anderen pas met acht maanden. Forceren is nooit goed. Het ruggetje en de nekspieren groeien op hun eigen tempo. Te vroeg beginnen kan tot klachten leiden, zoals scheef zitten of zelfs pijn. Vertrouwen op de ontwikkeling van je eigen kindje geeft de beste basis. Let er ook op dat de kinderstoel zelf veilig gebruikt wordt: zorg dat het tuigje altijd vast zit, dat er geen scherpe randen zijn en dat de stoel stevig staat. Ga nooit even weg bij een baby in de kinderstoel, ook niet als het kort is. Veiligheid blijft altijd voorop staan.

    Alternatieven en voorbereiding op de kinderstoel

    Voor jonge baby’s die nog niet goed zelfstandig kunnen zitten, is het vaak prettiger om een wipstoeltje of een speciaal babyzitje te gebruiken. Deze zorgen voor extra steun. Zodra je ziet dat je kindje beter rechtop blijft zitten, kun je de overstap naar een kinderstoel maken. Daarbij helpt het om het zitten ook te oefenen op de grond: laat je baby in de box of op een speelkleed zitten, zodat spieren sterker worden. Zo raakt je kindje vertrouwd met de nieuwe houding voordat de overstap naar de kinderstoel plaatsvindt. Door goed te kijken naar signalen kun je in elk gezin een eigen ritme vinden, zonder dat dit onveilig of onprettig is voor het kindje.

    Meest gestelde vragen over wanneer kan baby zitten in kinderstoel

    • Vanaf hoeveel maanden mag mijn baby in de kinderstoel? Een baby mag meestal in de kinderstoel rond de zes maanden, als hij zelfstandig en stabiel rechtop kan zitten.
    • Hoe zie ik dat mijn baby klaar is voor de kinderstoel? Je ziet dat je baby klaar is als hij zonder hulp rechtop blijft zitten en het hoofd goed recht kan houden, ook als je hem neerzet.
    • Is het gevaarlijk als ik te vroeg begin met de kinderstoel? Te vroeg beginnen met de kinderstoel kan leiden tot scheef zitten, minder goede rugontwikkeling of zelfs pijn, omdat de spieren dan nog niet sterk genoeg zijn.
    • Kan ik tijdelijk iets gebruiken als mijn baby nog niet rechtop kan zitten? Je kunt tijdelijk een wipstoeltje of babystoeltje gebruiken, omdat die meer steun geven dan een kinderstoel. Pas als je baby stevig rechtop kan zitten, is de kinderstoel geschikt.
    • Hebben alle kinderstoelen een tuigje nodig? Veel kinderstoelen hebben een tuigje en dat is belangrijk voor veiligheid, zodat je baby niet uit de stoel kan glijden of klimmen.
  • Nepo baby: Wat betekent het en waarom is het onderwerp zo populair?

    Nepo baby: Wat betekent het en waarom is het onderwerp zo populair?

    De oorsprong en betekenis van nepo baby

    Nepo baby is een afkorting van ‘nepotism baby’. Het begrip raakt aan het idee van vriendjespolitiek: mensen die kansen krijgen door familie, en niet alleen door hard werken of talent. In de afgelopen jaren is het woord populair geworden op het internet, vooral onder jongeren op sociale media. Soms is het bedoeld als grap, soms klinkt er kritiek in door. Mensen worden bijvoorbeeld nepo baby genoemd als ze zonder veel ervaring al de hoofdrol spelen in een grote film of een platencontract krijgen, vooral als hun vader of moeder beroemd is. Het begrip maakt duidelijk dat beroemd worden soms niet alleen met talent te maken heeft, maar ook met wie je kent.

    Bekende voorbeelden van mensen met beroemde ouders

    In Amerika zijn veel bekende acteurs en zangers een nepo baby. Denk bijvoorbeeld aan Lily Collins, de dochter van artiest Phil Collins. Lily was al snel in bekende films en series te zien. Ook mensen als Zoë Kravitz (dochter van muziekster Lenny Kravitz), Jaden Smith (zoon van acteur Will Smith) en Dakota Johnson (dochter van Melanie Griffith en Don Johnson) horen bij deze groep.

    • Lily Collins — dochter van Phil Collins
    • Zoë Kravitz — dochter van Lenny Kravitz
    • Jaden Smith — zoon van Will Smith
    • Dakota Johnson — dochter van Melanie Griffith en Don Johnson

    In Nederland zie je ook voorbeelden. Presentator Katja Schuurman kreeg haar eerste rol via haar zus. Ook Wende Snijders, een bekende zangeres, heeft ouders die al bekend waren.

    • Katja Schuurman — eerste rol via zus
    • Wende Snijders — ouders al bekend

    Kansen en kritiek in de wereld van beroemdheden

    Nepo babies krijgen vaak kansen die anderen niet krijgen. Dit komt doordat hun familie invloed heeft, veel vrienden kent en deuren kan openen. Voor sommige mensen is dat oneerlijk. Zij vinden dat iedereen een gelijke start moet hebben, vooral in banen waarbij talent belangrijk lijkt.

    Sommigen vinden het niet erg dat kinderen dezelfde baan kiezen als hun ouders. Maar anderen denken dat dit betekent dat onbekende mensen minder kans maken om beroemd te worden, hoe goed ze ook zijn. In discussies hierover hoor je vaak dat beroemdheden ‘in het juiste gezin zijn geboren’ en dat hun succes dus niet alleen hun eigen prestatie is.

    De rol van het internet en kritiek op nepo babies

    Op sociale media is het onderwerp de laatste tijd erg populair, vooral bij jongeren. Het is makkelijk om bekende mensen op te zoeken en te zien wie hun ouders zijn. Op platforms als TikTok en Twitter worden lijstjes gedeeld van beroemdheden die volgens veel mensen vooral door hun familie beroemd zijn geworden. Kritiek ontstaat als deze personen doen alsof ze alles zelf hebben bereikt. Mensen willen zien dat beroemdheden hun succes erkennen, en niet alleen zeggen dat ze hard hebben gewerkt. Er zijn ook veel beroemdheden die aangeven dat ze weten dat hun familie heeft meegeholpen, en dat ze dankbaar zijn voor hun kans.

    Talent, geluk en de grote rol van afkomst

    Niet iedere nepo baby is automatisch heel goed in zingen, acteren of presenteren. Toch krijgen ze vaak sneller een kans, omdat er vertrouwen is in de naam of het netwerk van hun familie. Tegelijk zijn er ook bekende mensen die zeggen dat het hebben van beroemde ouders juist veel druk oplevert, omdat iedereen extra kritisch naar ze kijkt. Soms moeten ze juist extra hun best doen om te laten zien dat ze hun werk waard zijn. Maar feit blijft dat afkomst in de wereld van beroemdheden vaak net zo belangrijk is als talent of hard werken. Door deze discussie wordt het onderwerp van eerlijke kansen steeds belangrijker, ook buiten de wereld van sterren.

    Meest gestelde vragen over nepo baby

    • Waarom noemen mensen iemand een nepo baby? Iemand wordt een nepo baby genoemd als diegene vooral kansen krijgt dankzij de bekendheid of invloed van familie, zoals ouders die al beroemd zijn. Het laat zien dat succes soms niet alleen door eigen werk, maar ook door de achtergrond komt.
    • Is het erg om een nepo baby te zijn? Het is niet erg om een nepo baby te zijn, maar sommige mensen vinden het oneerlijk als iemand beroemd wordt zonder zelf te hoeven vechten voor zijn plek. Ook kan het betekenen dat anderen minder kans krijgen op een rol of baan.
    • Zien nepo babies hun voordeel zelf ook? Sommigen nepo babies geven eerlijk toe dat hun familie hen heeft geholpen. Zij weten dat ze hierdoor sneller een kans krijgen. Andere beroemdheden praten er liever niet over, omdat ze zich willen bewijzen als individu.
  • Alles over de hoeveelheid die een baby drinkt in het eerste jaar

    Alles over de hoeveelheid die een baby drinkt in het eerste jaar

    De eerste dagen na de geboorte

    Net na de geboorte heeft een baby maar een klein beetje voeding nodig. De maag van een pasgeboren baby is nog heel klein. In de eerste paar dagen drinken baby’s vaak maar 10 tot 60 milliliter per voeding. Meestal vragen ze hierdoor regelmatig om een flesje of om de borst. Ze drinken op deze leeftijd gemiddeld elke 2 tot 3 uur een beetje melk. Dat kan zo’n 8 tot 12 voedingen per dag zijn. Je baby bepaalt vaak zelf hoeveel en wanneer hij of zij wil drinken. Dit heet voeden op verzoek. In deze tijd is het belangrijk om naar je baby te kijken en te zorgen dat je goed aan zijn of haar signalen merkt wanneer er honger is.

    Groeiende behoefte: vanaf een week tot zes maanden

    Naarmate je baby ouder wordt, groeit de behoefte aan melk. Vanaf ongeveer een week neemt het aantal milliliters per voeding snel toe. Gemiddeld drinken de meeste baby’s tot 6 maanden ongeveer 100 tot 150 milliliter melk per kilogram lichaamsgewicht per dag. Een baby van 4 kilo zal dus tussen de 400 en 600 milliliter nodig hebben per 24 uur. Dit is slechts een richtlijn: sommige kindjes hebben wat meer of wat minder nodig. Bij flesvoeding kun je aanhouden dat baby’s na de eerste weken vaak 6 voedingen per dag krijgen, waarbij de hoeveelheid per voeding steeds iets meer wordt. Kindjes die borstvoeding krijgen, drinken soms vaker maar kleinere beetjes. Het is goed om op groei en plasluiers te letten: genoeg natte luiers zijn een teken dat je baby voldoende vocht binnenkrijgt.

    Vanaf zes maanden: vaste voeding erbij

    Vanaf zes maanden start de meeste baby’s met vaste voeding naast melk. Melk blijft nog altijd het belangrijkste, maar vaste hapjes vullen de behoefte aan voedzame stoffen aan. De hoeveelheid melk die je baby drinkt, wordt dan langzaam minder. Gemiddeld drinken baby’s in deze leeftijdsfase nog zo’n 600 tot 900 milliliter melk per dag. Dit kan borstvoeding of flesvoeding zijn. Let op dat vaste voeding ook vocht bevat. Denk aan groente- of fruithapjes: deze dragen ook bij aan de totale vochtinname. Het blijft belangrijk dat je kind alles krijgt wat nodig is om goed te groeien. De overgang naar minder melk gaat stapje voor stapje. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Sommige baby’s zullen al sneller stapjes maken met vaste voeding, anderen blijven langer wat meer melk drinken.

    Tekens dat je baby genoeg binnenkrijgt

    Naast rekensommetjes over hoeveel milliliter je baby ongeveer nodig heeft, zijn er duidelijke aanwijzingen waardoor je weet dat alles goed gaat. Een tevreden baby die goed groeit, genoeg natte luiers heeft en helder oogcontact maakt, krijgt waarschijnlijk voldoende melk binnen. Gewichtscontrole bij het consultatiebureau geeft zekerheid over de groei. Maak je je zorgen, bijvoorbeeld omdat een baby slecht drinkt of vaak spuugt, overleg dan met een arts of het consultatiebureau. Soms zijn er aanpassingen nodig of speelt er iets medisch. Vertrouw op je gevoel en op wat je aan je kindje merkt. Zo weet je zeker dat je baby veilig en gezond opgroeit.

    Veelgestelde vragen over hoeveel drinkt een baby

    • Hoe weet ik dat mijn baby dorst heeft?

      Een baby met dorst kan onrustig worden, aan zijn handjes sabbelen, smakken of zoeken met het hoofdje. Dit zijn hongersignalen. Pak deze signalen op door te voeden als je baby ze laat zien.

    • Wat als mijn baby minder drinkt dan de richtlijn aangeeft?

      Als je baby minder drinkt dan gemiddeld, let dan extra goed op het aantal natte luiers en de groei. Zolang je baby goed aankomt en alert is, is het meestal geen probleem. Bij twijfel kun je altijd overleggen met het consultatiebureau.

    • Hoeveel druppel ik bij borstvoeding of flesvoeding per keer?

      De hoeveelheid melk per voeding hangt af van de leeftijd en het gewicht. In de eerste weken is het per keer 10 tot 60 milliliter. Daarna loopt dit op tot soms 150 milliliter of meer per keer. Bij flesvoeding staat op de verpakking een richtschema.

    • Is water geven nodig naast melk?

      Tot zes maanden is melk voldoende voor de vochtbehoefte. Vanaf het moment dat een baby vaste voeding eet, kan naast melk ook af en toe een slokje water worden gegeven, vooral als het warm is.

    • Wat gebeurt er als mijn baby meer wil drinken dan de richtlijn?

      Dat is meestal geen probleem zolang je baby niet spuugt of te snel aankomt. Sommige baby’s hebben een wat grotere behoefte. Let op of je baby het goed blijft doen.