Kleding en temperatuur: wat trek je je baby aan bij elke situatie?

De juiste kleding voor je baby hangt direct af van de temperatuur, zowel binnen als buiten. Als vuistregel geldt: trek je baby één laagje meer aan dan jezelf. Een pasgeboren baby kan zijn lichaamstemperatuur nog niet goed zelf regelen, waardoor te koud of te warm allebei een probleem kan zijn. Hieronder vind je een concreet overzicht per temperatuur, voor overdag én ’s nachts.

Kleding baby per temperatuur: een praktisch overzicht

Onderstaande tabel geeft je een houvast. Houd er rekening mee dat baby’s onderling kunnen verschillen. Voel altijd even aan de nek of de romp van je baby of hij het warm of koud heeft. Koude handjes of voetjes zijn normaal en geen goede graadmeter.

Temperatuur Wat trek je aan?
Boven 25°C Rompertje of luier alleen, eventueel een dun mutsje in de zon
20 tot 25°C Dun rompertje en een lichte broek of jurk
15 tot 20°C Rompertje, truitje en een dunne jas of vest
10 tot 15°C Rompertje, truitje, warme broek, jas en eventueel een muts
Onder 10°C Meerdere lagen, dikke jas, muts, wanten en warme sokken of laarsjes

Overdag versus ’s nachts: waarom het verschil maakt

Overdag beweegt je baby actief, wat warmte opwekt. ’s Avonds koelt het buiten af en ’s nachts ligt je baby stil. Dat betekent dat de kleding voor de nacht doorgaans wat warmer moet zijn dan wat je overdag aantrekt. In een slaapkamer van rond de 18°C volstaat voor de meeste baby’s een rompertje en een slaapzak van 1 TOG. Bij een kamertemperatuur van 16°C of lager kun je een warmere slaapzak van 2,5 TOG gebruiken, of een extra laagje eronder aantrekken.

Controleer altijd de aanbevolen kamertemperatuur voor slaap: die ligt voor baby’s idealiter rond de 16 tot 18°C. Een te warme slaapkamer vergroot het risico op oververhitting, wat vermeden moet worden.

Binnen of buiten: temperatuur voor de kleding van je baby

Thuis is de temperatuur anders dan buiten, en ook het materiaal van kleding speelt mee. Binnen is een katoenen rompertje op 20°C prima. Ga je naar buiten in de wind, dan voelt diezelfde temperatuur al koeler aan. Wind en vochtigheid laten de gevoelstemperatuur flink zakken. Trek je baby bij twijfel een extra laagje aan dat je makkelijk kunt uittrekken als het toch te warm blijkt.

In een kinderwagen of draagdoek warmt je baby sneller op dan wanneer hij vrij beweegt. Reken in een draagdoek één laagje mínder dan je normaal zou aantrekken, omdat jouw lichaamswarmte al meewarmte. In een kinderwagen zijn zon en wind belangrijker: een zonnescherm beschermt tegen oververhitting, een voetenzak tegen kou.

Hoe check je of je baby het goed heeft?

Voel aan de nek of het bovenste deel van de rug van je baby. Voelt dat warm en droog aan? Dan heeft hij het goed. Voelt het klam of zwetig aan? Dan heeft hij het te warm. Is de nek koud? Trek er een extra laagje bij. Gebruik dus nooit de handjes of voetjes als graadmeter, want die zijn bij baby’s bijna altijd wat koeler dan de rest van het lichaam.

Let ook op gedragssignalen. Een baby die onrustig is, veel huilt of juist slaperig wordt zonder duidelijke reden kan oververhit zijn. Rood worden, bezweet haar of een verhitte romp zijn signalen om kleding uit te trekken en de omgeving te koelen.

Met dit overzicht in de hand kleed je je baby bij elke temperatuur passend aan. Houd de tabel bij de hand voor overgang van seizoenen, want juist op die momenten is het lastigst te inschatten hoeveel lagen je baby nodig heeft.