Een baby inbakeren betekent dat je je pasgeboren kindje strak inwikkelt in een doek, zodat het zich veilig en geborgen voelt. Dit kan helpen bij onrustig slapen, het dempen van de schrikreactie en het kalmeren van een huilende baby. Hieronder vind je een concreet stappenplan én de veiligheidsregels waar je niet omheen kunt.
Stap voor stap een baby inbakeren met één doek
Voor het inbakeren heb je een dunne, vierkante doek nodig van ongeveer 120 x 120 centimeter. Katoen of bamboe werkt het best omdat het ademend is. Leg de doek als een ruit voor je neer op een vlakke ondergrond.
- Vouw de bovenste punt naar binnen. Sla de bovenste punt van de doek een stukje naar je toe, zodat je een rechte bovenrand krijgt. Dit voorkomt dat de doek later over het gezichtje van je baby valt.
- Leg je baby in het midden. Leg je kindje op zijn rug, met de nekjes op de gevouwen rand. De armpjes liggen langs het lichaam of licht gebogen op de buik.
- Sla de linkerflap over het lichaam. Trek de linkerhoek van de doek strak over de linkerarm en het lichaam, en stop die flap onder de rechterzij van je baby in.
- Vouw de onderste punt omhoog. Sla de onderste punt van de doek omhoog over de beentjes en stop hem achter de schouder in. Laat de beentjes hierbij vrij bewegen: de doek mag rondom de heupen losser zitten.
- Sla de rechterflap erover. Trek de rechterhoek over de rechterschouder en stop het uiteinde stevig in aan de achterkant of zijkant. De doek zit nu strak om de romp, maar de heupen en beentjes hebben ruimte.
Controleer na het inbakeren altijd of je nog twee vingers tussen de doek en het borstje van je baby kunt steken. Zo weet je zeker dat het niet te strak zit.
Veiligheidsregels bij het inbakeren van een baby
Veilig inbakeren staat of valt met een paar vaste regels. Houd je hier niet aan, dan vergroot je juist het risico op problemen.
- Altijd op de rug. Een ingebakerde baby legt altijd op zijn rug, nooit op de buik of zij. De combinatie van buikligging en inbakeren verhoogt het risico op wiegendood.
- Heupen vrij laten bewegen. De benen mogen niet rechtgetrokken worden. Bij te strak inbakeren rondom de heupen kan heupdysplasie ontstaan. Gebruik de “zakjesopvouw”: de benen mogen kikkeren in de doek.
- Niet te warm. Gebruik een dunne doek en geen extra deken erover. Een oververhitte baby is een gevaar. Kleed je baby licht aan onder de inbakerdoek, zeker in de zomer.
- Stop op tijd. Zodra je baby zich kan omdraaien, stop je met inbakeren. Dat is voor de meeste baby’s ergens tussen de 4 en 6 maanden. Een omgedraaide, ingebakerde baby kan zichzelf niet goed oprichten.
- Gebruik een doek zonder losse einden. Zorg dat er geen stukken doek loszitten die bij het gezicht van je baby terecht kunnen komen.
Wanneer helpt inbakeren en wanneer juist niet?
Inbakeren werkt het best in de eerste weken na de geboorte, wanneer het Moro-reflex (de schrikreactie) nog sterk aanwezig is. Veel pasgeboren baby’s slapen rustiger en langer wanneer ze ingebakerd zijn, doordat de druk van de doek de baarmoeder nabootst. Dat is ook waarom het voornamelijk bij pasgeborenen wordt ingezet.
Niet elke baby vindt inbakeren prettig. Sommige kinderen worden juist onrustiger als ze worden ingewikkeld en verzetten zich hevig. Dat is een signaal om het niet te forceren. Ook bij baby’s met heupdysplasie of een andere lichamelijke aandoening overleg je eerst met je verloskundige of kinderarts voordat je begint.
Inbakeren met een speciaal inbakerzakje
Als het inbakeren met een losse doek lastig gaat, zijn er inbakerzakjes en inbakerslaapzakken te koop. Deze hebben klittenband of ritsen en geven de baby een vergelijkbaar, strak gevoel zonder dat je een doek hoeft te vouwen. Ze zijn handig voor ouders die de techniek met een losse doek moeilijk vinden. Let ook bij deze zakjes op dezelfde veiligheidsregels: heupen vrij, niet te warm, altijd op de rug.
Begin de eerste keer met inbakeren als je baby rustig is, niet vlak voor of na het voeden. Oefen overdag zodat je het bij nacht al vloeiend gaat. Na een paar keer gaat de techniek vanzelf sneller en zie je direct of je baby er kalmer van wordt.



