Als je pasgeboren baby niet uit zichzelf wakker wordt voor voeding, is het verstandig om hem of haar zelf wakker te maken. Pasgeborenen hebben nog geen stabiel slaap-waakritme en kunnen soms zo diep slapen dat ze zelf de hongerprikkel missen. Dat klinkt lief, maar in de eerste weken kan het betekenen dat je baby te weinig drinkt en te weinig aankomt.
In de eerste twee tot drie weken na de geboorte is het algemene advies om je baby niet langer dan drie tot vier uur achter elkaar te laten slapen overdag, en maximaal vier tot vijf uur ’s nachts. Bij borstvoeding geldt dat je minimaal acht tot twaalf voedingen per etmaal wilt halen. Die grens haal je niet als je baby iedere keer zelf beslist wanneer hij of zij wakker wordt.
Waarom wordt een pasgeboren baby niet wakker voor voeding?
Pasgeborenen slapen veel. In de eerste weken brengen ze gemiddeld zestien tot twintig uur per dag slapend door. Hun slaap bestaat voor een groot deel uit diepe slaap, wat ervoor zorgt dat ze hongersignalen minder goed voelen. Dat is normaal voor deze leeftijd, maar het maakt ze kwetsbaar: ze kunnen uitdrogen of onvoldoende energie binnenkrijgen zonder dat je het meteen ziet.
Baby’s die rond de bevalling te maken hadden met geelzucht (icterus), een moeilijke bevalling of een laag geboortegewicht, zijn extra gevoelig voor slaaperigheid. Ook baby’s bij wie de aanmaak van moedermelk nog op gang komt, drinken soms minder krachtig waardoor ze sneller moe worden en in slaap vallen tijdens de voeding. Dat kan een vicieuze cirkel worden: weinig drinken maakt slaperig, slaperigheid maakt dat ze nog minder drinken.
Zo maak je een slapende pasgeboren baby wakker voor de voeding
Kies een moment waarop je baby in een lichte slaapfase zit. Dat herken je aan bewegende oogjes onder de oogleden, een zuigbeweging met het mondje of kleine armbewegingen. In die fase is het makkelijker om je baby zachtjes wakker te krijgen.
- Kleding uit: wikkel de slaapzak of het dekentje los en kleed je baby gedeeltelijk uit. Huidcontact werkt activerend.
- Rechtop houden: til je baby voorzichtig op en houd hem of haar rechtop tegen je schouder. Dat stimuleert het zenuwstelsel.
- Wrijven over de voetzolen: streel zachtjes over de voetzolen of wrijf licht over de rug. Veel baby’s reageren hier goed op.
- Nat washandje: dep licht met een koel, vochtig washandje langs het gezichtje of de handjes.
- Dim licht: breng je baby naar een lichtere ruimte. Daglicht helpt het waaksysteem activeren.
- Huidcontact: leg je baby rechtstreeks op je borst (huid-op-huid). Dat stimuleert zowel het wakker worden als het drinkverlangen.
Heeft je baby de ogen geopend, wacht dan even voordat je direct aanbiedt. Geef je baby de kans om goed bij te komen, want een half slapende baby drinkt minder effectief. Een minuutje de tijd nemen om je baby echt wakker te laten worden, maakt de voeding daarna effectiever.
Pasgeboren baby valt in slaap tijdens de voeding
Het wakker maken lukt, maar je baby valt halverwege de voeding alweer in slaap. Dat is een veelvoorkomend probleem. Je kunt dit aanpakken door dezelfde technieken halverwege te herhalen: kleding losmaken, de voetzolen prikkelen of je baby even rechtop houden. Sommige ouders wisselen halverwege van borst (bij borstvoeding) of pauzeren even bij de fles om het drinkritme te onderbreken en de baby te prikkelen door te gaan.
Let ook op de aanleg bij borstvoeding. Een baby die oppervlakkig aangelegd is, moet harder werken voor de melk, wordt sneller moe en slaapt sneller in. Een lactatiekundige of kraamverzorgende kan je helpen om de aanleg te verbeteren, zodat je baby met minder moeite meer melk binnenkrijgt.
Wanneer hoef je je baby niet meer wakker te maken?
Zodra je baby goed aankomt en zijn of haar geboortegewicht heeft teruggekregen (dat duurt gemiddeld tien tot veertien dagen), kun je je baby vaker op vraag voeden. Je baby geeft dan zelf aan wanneer hij of zij honger heeft. De meeste zorgverleners geven groen licht voor vrij voeden als de groei op schema ligt en je baby voldoende natte luiers produceert: bij pasgeborenen is dat na dag vier of vijf minimaal vijf tot zes natte luiers per dag.
Twijfel je of je baby genoeg drinkt, voel je je onzeker over het wakker maken of merk je dat je baby moeilijk bij te brengen is: neem contact op met de kraamverzorgende, verloskundige of jeugdverpleegkundige. Zij kunnen de situatie beoordelen en je concreet begeleiden. Je hoeft dat niet alleen uit te zoeken.



