Navelstreng bij je baby: wat het is, wat er bij de geboorte gebeurt en hoe je het stompje verzorgt

De navelstreng van je baby is tijdens de zwangerschap de directe verbinding tussen jouw baby en de placenta. Via deze streng krijgt je baby zuurstof en voedingsstoffen, en worden afvalstoffen afgevoerd. Na de geboorte wordt de navelstreng doorgeknipt en blijft er een klein stompje over dat in de eerste weken vanzelf afvalt.

Wat de navelstreng precies doet

De navelstreng bestaat uit drie bloedvaten: twee slagaders en één ader. De slagaders voeren afvalstoffen en koolstofdioxide van de baby naar de placenta. De ader brengt zuurstofrijk bloed en voedingsstoffen terug naar de baby. Rondom die bloedvaten zit een geleiachtige stof die ze beschermt, het zogenoemde Whartonse gelei. De navelstreng is bij de geboorte gemiddeld zo’n 50 tot 60 centimeter lang, maar kan variëren van 30 tot meer dan 100 centimeter.

Zonder navelstreng zou je baby in de baarmoeder niet kunnen overleven. Het is letterlijk de lijn die voeding en zuurstof levert zolang de baby nog niet zelfstandig kan ademen en eten.

Doorsnijden van de navelstreng bij de geboorte

Direct na de bevalling wordt de navelstreng afgeklemd met twee klemmen en daarna doorgeknipt tussen die twee klemmen. Dat doorknippen voelt je baby niet, want in de navelstreng zitten geen zenuwuiteinden. Veel ouders krijgen de kans om dit zelf te doen, als ze dat willen.

Er is tegenwoordig steeds meer aandacht voor het zogenoemde uitgemolken of laat doorsnijden van de navelstreng. Wanneer je nog een minuut of twee wacht voordat je de navelstreng afknipt, kan extra bloed uit de placenta naar de baby stromen. Dat kan de ijzervoorraad van de baby vergroten. Overleg hierover van tevoren met je verloskundige of gynaecoloog als dit je aanspreekt.

Het navelstrengstompje: wat je kunt verwachten

Na het doorsnijden blijft er een klein stompje over aan de buik van je baby. Dit stompje is in het begin nog vochtig en geelgroen van kleur. In de dagen daarna droogt het in en verschrompelt het. Het verkleurt naar bruin en uiteindelijk zwart. Gemiddeld valt het stompje na één tot drie weken vanzelf af, maar soms duurt dat iets langer, tot wel vier of vijf weken.

Het stompje geneest het beste als je het zo droog en schoon mogelijk houdt. Vouw de luier naar beneden zodat de rand niet op het stompje drukt of schuurt. Je hoeft het stompje niet in te smeren met crème of desinfectiemiddel, tenzij een verloskundige of arts dat specifiek aanraadt.

Hoe je het navelstrengstompje verzorgt

  • Houd het stompje droog. Was het alleen met schoon water als het echt vuil is, en dep het daarna goed droog.
  • Geef je baby in de eerste weken een wasbeurten in plaats van een volledig bad, zodat het stompje droog blijft.
  • Kleed je baby los genoeg aan rondom de buik, zodat er lucht bij het stompje kan komen.
  • Trek nooit aan het stompje, ook niet als het er bijna af lijkt te hangen.
  • Houd de luier gevouwen onder de navel, zodat urine niet in contact komt met het stompje.

Wanneer moet je naar de dokter?

Meestal gaat het afvallen van het stompje zonder problemen. Er zijn een paar signalen waarbij je contact opneemt met de verloskundige of huisarts. Neem contact op als de huid rondom de navel rood wordt, warm aanvoelt of opzwelt. Ook als er pus of een onaangename geur uit het stompje komt, of als je baby koorts krijgt, is dat een reden om te bellen. Een kleine hoeveelheid bloed op de plek waar het stompje loslaat is normaal, maar aanhoudend bloeden niet.

Soms blijft er na het afvallen een klein roze knobbeltje over, een zogenoemd navelgranuloom. Dat ziet er soms nat of glimmend uit. Een arts kan dit eenvoudig behandelen, laat het dus controleren.

Het navelstrengstompje vraagt maar weinig verzorging: droog houden, met rust laten en af en toe controleren op tekenen van infectie. Als je dat doet, valt het stompje in de meeste gevallen gewoon vanzelf af en houdt je baby er een mooie, gezonde navel aan over.