Hielprik baby: wat het is, hoe het werkt en wat je kunt verwachten

De hielprik is een bloedonderzoek dat in de eerste week na de geboorte bij je baby wordt afgenomen. Uit de hiel van je pasgeboren kind wordt een klein beetje bloed geprikt, waarna een laboratorium dat bloed onderzoekt op een reeks zeldzame maar ernstige aandoeningen. Het doel is om die aandoeningen zo vroeg mogelijk op te sporen, zodat behandeling meteen kan starten voordat er klachten ontstaan.

In Nederland valt de hielprik onder het Rijksvaccinatieprogramma en wordt het aangeboden via de jeugdgezondheidszorg. Deelname is gratis en vrijwillig, maar wordt door de Rijksoverheid sterk aangeraden.

Wanneer wordt de hielprik bij een baby afgenomen?

De hielprik wordt standaard afgenomen tussen de derde en zevende dag na de geboorte. Bij de meeste baby’s is dat op dag drie, vier of vijf. Dit tijdstip is bewust gekozen: de baby heeft dan genoeg voeding binnengekregen zodat bepaalde stoffen in het bloed al meetbaar zijn, maar een eventuele aandoening is nog niet tot schade geleid.

Als je baby te vroeg is geboren of opgenomen is in het ziekenhuis, kan het tijdstip van de hielprik iets afwijken. De verloskundige of de jeugdverpleegkundige bespreekt dit met je.

Hoe verloopt de hielprik in de praktijk?

Een verpleegkundige of verloskundige komt bij je thuis, of de prik wordt afgenomen in een consultatiebureaulocatie. De hiel van de baby wordt voorzichtig warm gemaakt zodat het bloed goed stroomt. Daarna wordt er met een klein naaldje geprikt en worden een paar druppels bloed op een speciaal kaartje gedept. Dat kaartje gaat naar het laboratorium.

De prik zelf duurt maar een paar seconden. Veel baby’s reageren even met huilen, maar sussen door voeden of dicht tegen je aan houden helpt al snel. Blijvend ongemak is er niet.

Op welke aandoeningen test de hielprik?

Het laboratorium test het bloed op een groot aantal zeldzame ziekten. Dat zijn onder andere stofwisselingsziekten, hormoonafwijkingen en een aandoening van het immuunsysteem. Een bekende aandoening waarnaar gezocht wordt is PKU (fenylketonurie), waarbij het lichaam een bepaald eiwit niet goed kan afbreken. Andere voorbeelden zijn congenitale hypothyreoïdie (een trage schildklier), sikkelcelziekte en ernstige gecombineerde immuundeficiëntie (SCID).

Het volledige pakket aan aandoeningen waarnaar getest wordt, wordt regelmatig door een wetenschappelijke commissie beoordeeld en kan in de loop der jaren uitgebreid worden. De actuele lijst staat op de website van de Rijksoverheid.

Wat gebeurt er met de uitslag?

In de meeste gevallen is de uitslag van de hielprik normaal en hoor je er niets over. Is er wel iets gevonden of is nader onderzoek nodig, dan word je binnen twee weken na de afname gebeld. Dat betekent niet automatisch dat je baby ziek is: soms is een tweede test nodig om een eerste afwijkende uitkomst te bevestigen of uit te sluiten.

Krijg je een telefoontje, dan wordt je verwezen naar een gespecialiseerde kinderarts. Die bespreekt de vervolgstappen en legt uit wat de bevinding precies betekent voor je kind.

Mag je de hielprik weigeren?

Ja, deelname is vrijwillig. Je kunt als ouder beslissen om de hielprik niet te laten doen, of alleen voor een deel van de aandoeningen. In dat geval geef je dit aan bij de verloskundige of jeugdverpleegkundige. Zij leggen uit welke gevolgen dat kan hebben: bij sommige aandoeningen wordt schade pas zichtbaar als het kind al klachten heeft, en is de kans op vroeg ingrijpen dan kleiner.

De keuze is aan jou als ouder, maar de gezondheidswinst van vroeg opsporen is voor de meeste aandoeningen wetenschappelijk goed onderbouwd.

De hielprik is in Nederland een standaard en goed georganiseerd onderzoek. Het duurt even, je baby huilt misschien kort, maar het bloedonderzoek kan bij een kleine groep kinderen een groot verschil maken. Twijfel je over iets, stel dan gerust je vragen aan de verloskundige of jeugdverpleegkundige die de prik afneemt.