Als je baby haar verliest, is dat in de meeste gevallen volkomen normaal. Bijna alle baby’s verliezen in de eerste maanden na de geboorte een deel van hun haar, soms zelfs alles. Dit heeft te maken met de overgang van het geboortehaar naar het definitieve haar dat daarna groeit.
Wat is geboortehaar en waarom valt het uit?
Het allereerste haar van je baby heet lanugo. Deze zachte, donzige haartjes beginnen al te groeien rond de veertiende week van de zwangerschap, over het hele lichaam. Rond de geboorte of kort daarna valt dit lanugo vanzelf uit. Wat daarna groeit, wordt ook wel nesthaartjes of geboortehaar genoemd. Dit haar ziet er soms heel anders uit dan het haar dat je baby later krijgt: dikker, dunner, een andere kleur of een andere structuur.
Na de geboorte daalt het hormoonpeil van je baby snel. Die hormonale verschuiving zet de haarfollikels in een ruststand, de zogenaamde telogene fase. Het resultaat: het haar stopt tijdelijk met groeien en valt geleidelijk uit. Dit proces begint vaak rond de tweede tot derde levensmaand en kan tot de zesde maand doorgaan.
Waar verliest een baby haar?
Haaruitval bij baby’s is niet altijd gelijkmatig. Veel baby’s verliezen het meest aan de achterkant van het hoofd, simpelweg omdat ze veel op hun rug liggen. Door de wrijving met het matrasje of de box slijt het haar op die plek sneller. Je ziet dan een kale plek of een dunne vlek achter op het hoofd. Dit is onschuldig en vult zich vanzelf weer op als het nieuwe haar groeit.
Baby verliest haar: wanneer gaat het nieuwe haar groeien?
Nieuw haar groeit bij de meeste baby’s al terwijl het oude haar nog uitvalt. Je merkt het misschien niet meteen, maar de haarfollikels zijn ondertussen gewoon actief. Bij sommige baby’s groeit het nieuwe haar snel en dik, bij anderen duurt het langer. Het kan zijn dat je kind op de leeftijd van zes maanden nog maar weinig haar heeft, terwijl een ander kind op diezelfde leeftijd al een volle bos heeft. Beide zijn normaal.
De kleur en structuur van het nieuwe haar kunnen overigens flink afwijken van het geboortehaar. Een baby die donker haar had bij de geboorte, kan later blond haar krijgen. Een kind met steil haar kan krullen ontwikkelen. Het definitieve haar is pas echt duidelijk na het eerste of tweede levensjaar.
Wanneer moet je wél op letten?
In de overgrote meerderheid van de gevallen is haaruitval bij baby’s een normaal onderdeel van de ontwikkeling. Er zijn een paar situaties waarbij het slim is om even contact op te nemen met je huisarts of consultatiebureau:
- Het haar valt in grote plukken en gelijkmatig uit, niet plaatselijk door wrijving.
- Je ziet rode, schilferende of ontstoken plekjes op het hoofd.
- Je baby heeft naast haaruitval andere klachten, zoals weinig groei, vermoeidheid of veel huilen.
- Het haar groeit na de leeftijd van twaalf maanden nog steeds nauwelijks terug.
Dit soort signalen kunnen in zeldzame gevallen wijzen op een huidaandoening, een schimmelinfectie (tinea capitis) of een tekort aan bepaalde voedingsstoffen. Een arts kan dat snel uitsluiten.
Wat kun je zelf doen?
Je hoeft eigenlijk niets te doen. Haaruitval bij baby’s vraagt geen behandeling en gaat vanzelf over. Wat je wel kunt doen om overmatige wrijving op de achterste haargrens te beperken: leg je baby af en toe op zijn zij tijdens wakker zijn (onder toezicht), en gebruik een zachte onderlaag in de box of wieg. Dat voorkomt kale plekken door wrijving, maar heeft geen invloed op het normale uitvalproces zelf.
Was het haar van je baby rustig met lauwwarm water en een milde, parfumvrije babyshampoo. Borstel voorzichtig met een zachte babyborstel. Krachtig borstelen of trekken heeft geen effect op de haargroei en irriteert de gevoelige hoofdhuid onnodig.
Haaruitval bij een baby is bijna altijd een tijdelijk en onschuldig verschijnsel. Het nieuwe haar groeit gewoon terug, al duurt dat soms wat langer dan je zou willen. Twijfel je toch, dan is het consultatiebureau een laagdrempelige plek om een geruststelling te vragen.



